06 39 45 68 14

Spiraaltje plaatsen

Wat er tijdens het plaatsen gebeurt en waar je daarna op moet letten.

Hoe het plaatsen gaat

We plaatsen een spiraaltje bij voorkeur binnen 7 dagen na het begin van de menstruatie, omdat de baarmoedermond dan iets openstaat. Je moet er dan zeker van zijn dat je niet zwanger bent.

Als je net een kindje hebt gekregen, plaatsen we een spiraaltje bij voorkeur rond 12 weken na de bevalling. Eerder kan ook, maar op zijn vroegst 6 weken na de bevalling.

Het inbrengen van een spiraaltje kan soms wat pijnlijk zijn. Daarom adviseren we om een uur van tevoren een pijnstiller te nemen. Dat kan een tablet of een zetpil zijn. Wat voor jou het meest geschikt is, hangt af van de vraag of je wél of geen borstvoeding geeft.

Na het plaatsen van een spiraaltje kun je je een beetje misselijk of draaierig voelen. Neem in zo'n geval extra rust.

De eerste maanden na het plaatsen van het spiraaltje kan vaginaal bloedverlies optreden, meestal onregelmatig en druppelsgewijs. Dit kan langere tijd aanhouden. Na 3 tot 6 maanden neemt dit verschijnsel af tot enkele dagen bloedverlies per maand.

Tijdens het vrijen voel je de draadjes van het spiraaltje meestal niet. Voel je ze toch en is dat een probleem voor je, neem dan contact op met de verloskundige. Die kan de draadjes inkorten.

Controle na het plaatsen

Zo'n 6 weken na het plaatsen verwachten we je terug voor een controle, om te zien of het spiraaltje nog goed op z'n plaats zit. Dat doen we met een echo.

Wanneer bel je de verloskundige?

Neem contact op als een van deze verschijnselen zich voordoet:

  • als je denkt dat je zwanger bent
  • als je veel of langdurig bloed verliest
  • als je aanhoudende pijn in de onderbuik, koorts of ongewone afscheiding hebt
  • als vrijen pijn doet
  • als je het kunststofgedeelte van het spiraaltje kunt voelen
  • als je de draadjes van het spiraaltje niet meer kunt voelen