Opsporen zeldzame ziektes
De hielprik is bedoeld om een aantal zeldzame ziektes bij je pasgeboren kindje op te sporen. Tijdige opsporing en behandeling van deze ziektes voorkomen of beperken zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van je kindje. De meeste zijn niet te genezen maar wel te behandelen met bijvoorbeeld medicijnen of een dieet. Om welke ziekten het precies gaat, lees je op pns.nl.
Deelname aan de hielprik is niet verplicht; de screener vraagt je vlak voor de prik om toestemming. De hielprik kan belangrijk zijn voor de gezondheid van je kindje, dus we raden je aan om mee te doen.
Hoe het gaat
Wij melden je kindje aan; daarna komt een speciaal opgeleide medewerker (screener) van de kraamzorg bij je thuis. De hielprik gebeurt vanaf 72 uur na de geboorte en uiterlijk binnen 168 uur, dus in de eerste week. De screener neemt een paar druppels bloed uit de hiel van je kindje, vangt ze op een kaartje op en stuurt dat naar het laboratorium. De prik is zo gebeurd; de meeste kindjes huilen even. Het helpt om je kindje dicht tegen je aan te houden of het tijdens de prik te voeden.
De uitslag
De uitslag is binnen 5 weken bekend. Je krijgt er een brief over van het RIVM, ook als alles goed is. Wordt er wel iets gevonden, dan neemt de huisarts zo snel mogelijk contact met je op over het vervolgonderzoek. Soms is de uitslag niet meteen duidelijk en moet de hielprik opnieuw; die uitslag is dan binnen 2 weken bekend.
De gehoortest
De gehoortest wordt meestal tijdens hetzelfde bezoek gedaan.
