De bevalling is begonnen als de weeën regelmatig komen, om de 3 tot 5 minuten, en minstens een minuut aanhouden. In 10 tot 15% van de gevallen begint de bevalling met het breken van de vliezen. Wanneer je ons belt, lees je bij Wanneer bellen?
De weeën zorgen voor ontsluiting. Dit is het opengaan van de baarmoedermond. Als je voor het eerst een kind krijgt, kan de ontsluiting gemiddeld 12 tot 20 uur duren. Bij volgende kinderen verloopt dit proces meestal sneller. Stress kan de ontsluiting vertragen. Probeer daarom tussen de weeën door zo goed mogelijk te ontspannen. Een douche of een bad kan hierbij helpen. Heb je meer nodig dan ontspanning, lees dan bij Pijnbestrijding wat de mogelijkheden zijn.
We controleren regelmatig hoever de ontsluiting gevorderd is.
Volledige ontsluiting
Bij 10 cm ontsluiting is de baarmoedermond helemaal open. Er is dan sprake van volledige ontsluiting. Meestal voel je dan ook de drang om mee te gaan drukken. Dat is het moment dat je actief mee kunt gaan persen. Persen betekent dat je het kindje op het ritme van de weeën naar buiten drukt. Als je voor het eerst een kind krijgt, kan het persen wel één tot anderhalf uur duren. Bij een volgende bevalling gaat dat vaak sneller.
De geboorte
Bij elke perswee komt het hoofdje een stukje verder naar buiten. Tussen de weeën door zakt het weer wat terug; dat hoort erbij. Vlak voordat het hoofdje geboren wordt, vragen we je meestal om niet meer te persen maar rustig te zuchten. Zo wordt het hoofdje langzaam geboren en krijgt je bekkenbodem de tijd om op te rekken.
Toch kan de huid tussen je vagina en je anus inscheuren. Soms zetten we een knip, bijvoorbeeld als het kindje snel geboren moet worden. Bij de volgende wee volgt de rest van het lichaam en is je kindje er.
Je baby komt dan meteen bij je op de buik, huid op huid, met een warme doek eroverheen. Even later wordt de navelstreng doorgeknipt; vaak mag je partner dat doen.
De nageboorte
Als je kindje geboren is, is de bevalling nog niet helemaal klaar: de placenta moet er ook nog uit. Dat heet de nageboorte. Meestal komt die binnen een halfuur, met een paar naweeën en een keer licht meepersen. Soms krijg je een prik die de baarmoeder helpt samentrekken, waardoor je minder bloed verliest.
Daarna kijken we of de placenta compleet is en hoeveel bloed je verliest. Als een scheurtje of een knip gehecht moet worden, gebeurt dat kort daarna. Duurt het langer dan een uur voordat de nageboorte komt, dan ga je alsnog naar het ziekenhuis.
Daarna is er alle tijd om samen bij te komen. Wat er verder gebeurt, lees je bij de eerste uren na de bevalling.
